Meest recente berichten

E

stirumklblue

(13 februari 2017) SNEEUWBALDADIGHEID

Misschien ben ik ouderwets, maar toch vind ik het prettig om wanneer ik de straat op ga niet te worden bekogeld met projectielen. Ook niet met sneeuwballen.

Nu werd mij dit lot bespaard op deze besneeuwde zaterdagmiddag, maar anderen niet. Toen ik namelijk tijdens mijn namiddagwandeling door de Staatsliedenbuurt het Van Limburg Stirumplein naderde ontwaarde ik daar een viertal jongetjes die doende waren sneeuwballen naar voorbijgangers te gooien. Dit werd door menigeen begrijpelijkerwijs niet op prijs gesteld en daar werd ook uiting aan gegeven. Maar je kan niet zoveel als een groepje je belaagt, zeker niet als het om jongelui gaat die niet alleen laf maar ook snel zijn. Ze benaderen een passant van achteren, doen hun smijtwerkje en wanneer het slachtoffer zich boos omdraait schieten ze kraaiend van plezier weg. Ga daar maar eens achteraan hollen. Doorlopen is het beste middel.

Ik heb het een tijdje aangezien en met verbazing geconstateerd dat de jongetjes eigenlijk het hele plein overnamen. Op een gegeven moment was het er zelfs van gekomen dat een groepje mensen dat op de tram wachtte zich had opgesteld achter het tramhuisje dat genadeloos door het viertal onder vuur werd genomen. Behalve een verwijtende blik of kwaaiig woord van afstand deed niemand wezenlijk moeite de kwajongens tot de orde te roepen. Ook ik niet.

Wat moet je doen? Op de jongetjes afstappen, waarop de gebruikelijke procedure volgt van het kat en muis? Het risico lopen dat ik een ijsbal op mijn dure ziekenfondsbril krijg, of op mijn oog? Had ik misschien pontificaal midden op het plein moeten gaan staan als een pilaar van autoriteit die misschien op grond van moreel gezag de jongetjes tot inkeer had kunnen brengen? En als ik dat niet teweeg had kunnen brengen, had ik mij dan moeten opofferen en daar gaan staan naast de nooit gebruikte spreekpilaar van Peter Domela Nieuwenhuis, en in een regen van sneeuwballen moeten afwachten totdat verontwaardigde omstanders een grijzende man van zestig jaar te hulp zouden komen? Misschien hadden ze dat gedaan, maar ik ben daar niet gaan staan. Ik kan niet zeggen dat ik als jongetje stelselmatig ben gepest, maar een paar keer is het wel gebeurd, en ik ben het niet vergeten. Vier rotjochies tegen één…

Daar stond ik, lafbek tussen de lafbekjes, niet wetend wat te doen. Maar gerechtigheid gloorde. Na het belagen van haastige en geergerde volwassenen richtten de jongetjes hun werpvaardigheden op een paar jongere kinderen die het plein passeerden. Deze kleintjes maakten de fout op de provocaties in te gaan en terug te gooien. Dit ging gepaard met een woordenwisseling waarbij een van hen de enig correcte vraag stelden: ”Waarom doen jullie dit?”, waarop zij het verstand bij het woord voegden en hun pad vervolgden. Ik liep nog wat besluiteloos rond, en constateerde toen dat de vier jongetjes zich verplaatsten, en wel in dezelfde richting als het genoemde drietal. Ik volgde het stel en zag hoe zij de Albert Heijn binnengingen. Om een of andere reden schoot mij te binnen: ”Nu zitten jullie in de val.”

Ik liep de AH binnen en bij het toegangspoortje kwam mij een paniekerig jongetje tegemoet die zich langs mij wist te dringen. Hij werd gevolgd door een tweede jongetje dat werd achtervolgd door een medewerker van de sympathieke kruideniersreus. Dit jongetje belette ik de doorgang en hoorde vervolgens hoe de medewerkster telefonisch iemand opriep om te hulp te komen. Ik vervolgde mijn weg in de winkel, en in de hoek waar de melk staat trof ik drie bangige jonge kinderen aan, die werden gerustgesteld door een andere winkelmedewerkster. Even later zag ik hoe twee jongetjes het dienstvertrek bij de kassa’s werden binnengevoerd.

Mijn inschatting van het gebeurde in de winkel is als volgt: waarschijnlijk heeft het viertal de achtervolging op de drie jongere kinderen ingezet om hun zo snel verworven pleinalmacht kracht bij te zetten en hebben zij hun prooi in de winkel onaangenaam bejegend. Dit heeft het AH-personeel opgemerkt en terecht hoog opgenomen.

Misschien zijn er die menen dat men kinderen hun ijspret moet gunnen, die twee dagen sneeuw die we per jaar nog hebben, en dat ze daarbij in hun opgewondenheid over dit ongewone verschijnsel misschien wel wat over de schreef gaan. Maar kinderen zijn beinvloedbaar: stel nu eens dat een volwassene erbij gaan staat en de kinderen aanmoedigt in hun gegooi. En dat hij hun vervolgens een uniform aanbiedt, ze leuzen bijbrengt en ze aanspoort hun sneeuwballen niet te gooien naar iedere willekeurige passant, maar naar duidelijk te onderscheiden groepen. Deze jongetjes waren te laf om het tegen grote mensen op te nemen, maar ze waren wel dapper genoeg zwakkeren te belagen. We lijken niet in een tijdsgewricht te leven waarin een dergelijke mentaliteit de overhand zal nemen, maar het laagje beschaving is dun, vooral bij jongeren die nog gevormd worden. Zijn doorlopers, omstanders, wegkijkers en toekijkers zoals ik niet mede-verantwoordelijk voor wanneer het wel uit de hand loopt?

Maar er zijn meer mede-verantwoordelijken. Ook de zondagmiddag daarop heb ik gezien dat kleine kinderen van afstand sneeuwballen naar volwassenen gooiden. Zouden ouders, scholen e.a. de jongeren er misschien met kracht op kunnen wijzen dat het ongewenst gooien van projectielen naar elkaar niet alleen in Aleppo niet kan, maar ook hier niet. Dank u.

stirumklblue

(12 februari 2017) VOOR WIE NIET STEMMEN WIL

(Een vrolijke verkiezingsvertelling)

”Bij Gog en Demagog” prevelde de grijsaard terwijl hij nog eens door de onwelriekende brij in zijn ketel roerde. ”Laster en verbaster”, voegde hij er met een vals lachje aan toe, een handvol zwartzaad over de borrelende massa strooiend.

Vraag me niet hoe het kan, maar deze duistere spreuken bleven niet zonder gevolgen in het land. Met het naderen van de Tweede Kamerverkiezingen leek er een vreemde waas neer te dalen over de stemgerechtigden. Steeds vaker werd de roep om niet te gaan stemmen gehoord en steeds vaker werd deze met instemming begroet.

”Waarom zou je gaan stemmen. Ze belazeren je toch waar je bij staat.”

”Leugenaars zijn het, allemaal,” zo weerklonk het in de straten en de kroegen. Maar niet alleen daar! Ook in de partijbureau’s en de stadsdeelkantoren hoorde men het steeds vaker: ”Alle politici zijn schurken!” en terwijl de volksvertegenwoordigers en bestuurders aanvankelijk nog, zoals zij gewoon waren, naar elkaar wezen, begonnen zij die je gisteren nog belazerden waar je bij stond gaandeweg zichzelf te beschuldigen en zonder aansporing spijt te betuigen.

”Ik zal het nooit meer doen,” huilde men, of: ”Ik bied mijn oprechte excuses aan”. En zij traden allen af.

”Slangen op hun pad!” kraste de oude magier, terwijl er een met de kille oostenwind meegevoerde kraai op zijn schouder landde. ”Niet stemmen, maar spemmen!”, en zijn akelige schater weergalmde zo luid dat de kraai van schrik even opfladderde.

Op verkiezingsdag leek het alsof de gehele bevolking in een roes geraakt was. Over de verkiezingen werd niet gesproken, radio en TV zonden de hele dag stemmige muziek uit in plaats van te berichten over exit polls, en in de stembureau’s werd geklaverjasd en vouwde men vliegtuigjes van de stembiljetten. Maar er was een man aan wie dit allemaal voorbijgegaan was, een geblondeerde parlementarier die al jaren in afzondering leefde en op wie de bezweringen van die nare tovenaar dus geen vat hadden gehad. En hij ging wel stemmen, als enige…

Toen aan het eind van de avond door een niet nader te verklaren samenloop van omstandigheden bekend werd dat die ene parlementarier en zijn partij, die overigens een eenmanspartij was, honderd procent van de stemmen had gekregen, lachte de Blonde kort en beval een trawant hem naar het Binnenhof te rijden. In de vergaderzaal waar hij zich zo vaak tegen onrecht en verval had teweer gesteld nam hij plaats op de zetel van de voorzitter, pakte de hamer van het bureau en bezegelde met een kloeke tik het lot van zijn volk. In het Westerpark snoof de grijsaard de gezonde ijzige wind diep in, doofde het vuur onder zijn ketel en strompelde onaangenaam kakelend uit deze vertelling.

De volgende dag werd de Blonde door het staatshoofd honderdvijftig maal de eed voor de Tweede Kamer afgenomen en benoemde hij zichzelf tot alle ministers. Zijn eerste decreet betrof het in een doorgangskamp plaatsen van alle Nederlanders met een Arabisch klinkende achternaam. Van zijn politieke tegenstanders was Alexander Pechthold de eerste die die dag werd gearresteerd. Er volgden velen.

De ochtend daarop vlogen bij dageraad de eerste helicopters over de Staatsliedenbuurt…

stirumklblue

 

(25 juni 2015) Wie de afgelopen tijd de moeite nam, of tijd of zin had eens een e-mail te sturen naar Ons (niet meer bestaande) Stadsdeel, werd de mogelijk geboden deze bestuurslaag te benaderen via volgend mailadres: info.sdw@amsterdam.nl. Vroeger, in oude tijden, toen Ons Stadsdeel nog werkelijk Ons Stadsdeel was, en dicht bij de burgers stond – zoals in het begin van de Mahabharata wordt beweerd dat in oude tijden de goden dichter bij de mensen stonden dan nu – was er een nu vergeten e-mailadres dat aangeschreven kon worden, waarna men een electronische bevestiging ontving. Deze electronische bevestigingen boden weliswaar niet de garantie van deugdelijke en tijdige afhandeling van uw zaak, maar het had er tenminste de schijn van. Proefondervindelijk onderzoek heeft echter uitgewezen dat op berichten verstuurd naar bovenstaand e-mailadres geen enkel teken van leven kwam, ook geen electronische bevestiging. Tot onze vreugd hebben wij dan ook dezer dagen mogen constateren dat het adres is verwijderd van de contactpagina van de gemeente. (zie hieronder.)

Wij maken van de gelegenheid gebruik om eens kort uiteen te zetten waarom wij lezers van deze pagina voortdurend lastigvallen met berichten die wij naar de Gemeente Amsterdam zenden. Wellicht dat sommigen, die met grotere zaken bezig dan wij, dit alles als klein bier beschouwen. Wij zeggen daarentegen: ”wie het kleine niet eert is het groote niet weert”, min of meer in de stijl van Onze Stad en Zijn Parool; ”vastberaden, onverveerd etc.”, u kent het wel, iets waarvoor de op de stadsdeelpagina afgebeelde, van een gebrekkig gebit voorziene leeuwen waarschijnlijk staan.

Wij blijven echter de mening toegedaan dat een overheid die niet in staat een brief van een burger in een behoorlijke, zichzelf opgelegde termijn te beantwoorden, het onaanvaardbare risico loopt ook fouten te maken in zaken van een breder publiek belang. Dat wil niet zeggen dat Onze Overheid geen goede dingen doet. Zo werd onlangs een stadsdeelmedewerker die zich heeft ingespannen voor het verfraaien van het electriciteitsgebouwtje aan het Van Hogendorpplein terecht geprezen. Maar het mag niet zo zijn dat inspanning voor de ene zaak leidt tot het negeren van een andere. Ook een overheid die meer dan tweehonderd miljoen besteedt aan aanpassingen aan de Zuidas dient oog te hebben voor die enkele burger die aan zijn verwondering en betrokkenheid uiting geeft middels een brief met enkele eenvoudig te beantwoorden vragen.

https://www.amsterdam.nl/contact/

stirumklblue

(9 Juni 2015) Volgende brief is verstuurd aan de Gemeente Amsterdam:

==================================================

Betreft: Openbaarmaking door Gemeente Amsterdam verstuurde e-mails

Amsterdam, 8 juni 2015

Geachte Heer/Mevrouw,

E-mails die de Gemeente Amsterdam verstuurt eindigen steevast met de volgende mededeling:

”De informatie verzonden in dit e-mail bericht is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Gebruik van deze informatie door anderen dan de geadresseerde is verboden. Indien u dit bericht ten onrechte ontvangt, wordt u verzocht de inhoud niet te gebruiken maar de afzender direct te informeren door het bericht te retourneren en het daarna te verwijderen. Openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van de in de e-mail ontvangen informatie aan derden is niet toegestaan. De gemeente Amsterdam staat niet in voor de juiste overbrenging van een verzonden e-mail, noch voor de tijdige ontvangst daarvan. Externe e-mail wordt door de gemeente Amsterdam niet gebruikt voor het aangaan van verplichtingen.”

Dit verbaast mij, aangezien overheidsmededelingen m.i. per definitie openbaar zijn, met uitzondering van enkele begrijpelijke categorieen, zoals zaken die met veiligheid te maken hebben.

Dit brengt mij tot te volgende vragen:

Op welke rechtsgrond meent de Gemeente Amsterdam openbaarmaking van alle mails die zij aan mij heeft toegestuurd te kunnen verbieden?

Indien deze rechtsgrond er is, welke sancties staan er op eventuele openbaarmaking?

M. vr gr.

stirumklblue

(7 juni 2015) HET BITTERBALLENPROBLEEM Het wordt hoog tijd dat uitspanningen en uitbaters in Onze Buurt aandacht gaan besteden aan een nijpende problematiek die in dringendheid eerder aan toename dan afname onderhevig lijkt te zijn. Wij spreken hier over het bitterballenprobleem. Sinds jaar en dag pleegt men in onze ontspanningsgelegenheden een ONEVEN aantal bitterballen op te dienen, wat aantoonbaar meermaals heeft geleid tot onaangename en vermijdbare botsingen tussen buurtparticipanten. Tot een dieptepunt is dit onlangs, naar verluidt, gekomen in een van onze nieuw gevestigde estaminets, waar een tweetal gasten een dergelijk portie bestelden. Wij hebben ons laten melden dat na het consumeren van de volgens fatsoensnormen aanvaardbare vier versnaperingen, rechtmatig verdeeld over het tweetal, de vijfde bal langdurig op het schoteltje is blijven liggen. Wij vermoeden dat beide gasten eigenlijk veel zin hadden het resterende frituurbaksel te nuttigen, uit beleefdheid echter geen van beiden durfden toe te tasten, maar gedreven door de inhaligheid die het mensdom nu eenmaal eigen is ook de ander dit genoegen niet gunden. Toen in een vlaag van compromisbereidheid een der beide disgenoten voorstelde de snack te delen, maar zich daarbij een groter deel van de ondertussen afgekoelde bal toeeigende dan de afgepaste helft (gesproken wordt over een verhouding van 65/35%) barstte de bom en kon een dreigend handgemeen nog net worden voorkomen dankzij ingrijpen van een oplettende gerant. Wij roepen bij deze onze etablissementshouders op dergelijke onverkwikkelijke toestanden te voorkomen door in het vervolg EVEN hoeveelheden bitterballen te gaan serveren, aangepast aan het aantal bestellenden, d.w.z. drie gasten serveert men er zes, vier gasten acht enzovoorts. Vanaf zeven gasten kan men uit overwegingen van kostenbesparing de leer der priemgetallen in werking laten gaan. Wij kunnen niet verwachten dat een dergelijk beschavingsoffensief, want daar is hier sprake van, in Onze Stad spoedig zal aanslaan. Wel mogen wij van onze Denkersbuurt verwachten dat zij hierin het voortouw neemt.  stirumklblue

(12 MEI 2015) Deze brief is verstuurd naar Ons Stadsdeel: ”Dinsdagavond 31 maart was ik als vertegenwoordiger van het buurtmedium VAN STIRUM TV aanwezig op een door de overheid georganiseerde open bijeenkomst in Buurthuis de Horizon waar gesproken werd over de nieuwbouw op de Spaarndammerschoollocatie. Toen ik aan de spreker, pro forma, vroeg of ik mocht filmen voor genoemd programma zei hij nee, en gaf aan dat dit niet kon omdat er bij de bijeenkomst informatie werd besproken die (ik parafraseer) interessant zou kunnen voor projectontwikkelaars. Deze opmerking brengt mij tot de volgende vragen aan het stadsdeel:

  1. Waarom wordt op een open bijeenkomst waar een ieder kan binnenlopen gevoelige, kennelijk niet voor een ieder bestemde informatie verstrekt?
  2. Om welke informatie gaat het hier?
  3. Op welke rechtsgrond zou een buurtmedium als VAN STIRUM TV niet mogen filmen op welke door de overheid georganiseerde open bijeenkomst dan ook?

Martijn Suurenbroek, Van Stirum TV

RECTIFICATIE (6 MEI 2015) Op 13 november 2014 werd op deze pagina een stirumklblueartikel gepubliceerd waarin ik mijn twijfel uitte of de persoon met wie ik een telefoongesprek voerde inderdaad degene was voor wie hij zich uitgaf, n.l. dhr. Edwin Abbenhues, uitbater van Cafe Graaf Leopold. Dezer dagen heeft dhr. Abbenhues mij verzekerd dat hij het inderdaad was met wie ik gesproken heb. Ik heb mij dus vergist. Martijn Suurenbroek

stirumklblueRIJKSMUSEUM ONTVANGT WEER MILJOENEN (12 DECEMBER 2014) HET PAROOL laat zijn lezers deze week weten dat het Rijksmuseum gebruik zal kunnen maken van de opbrengsten van een nieuw ”Fonds op Naam”, gesticht door de familie Van Regteren Altena. In het fonds zouden enkele miljoenen ondergebracht zijn. Het spreekt vanzelf dat De Stem deze bijdrage van genoemde familie aan het sympathieke kunstpaleis waardeert, maar zo vragen wij ons af, hoe moet het met andere musea in de stad, aan wie, naar het lijkt, de rijkelijke geldstromen voorbijgaan? Zo is er bij voorbeeld het Multatulihuis in de Korsjespoortsteeg, het geboortehuis van een van Nederlands grootste denkers, dat onder andere dienst doet als ”kenniscentrum”, en waar men kennis kan maken met het gedachtengoed van de schrijver van Max Havelaar, Woutertje Pieterse, de Ideeen en ander werk. Dit kleine museum heeft per jaar enkele tienduizenden euro’s nodig om in stand te blijven, een gering bedrag wanneer men het vergelijkt met de kapitalen die bij voorbeeld in het Rijksmuseum zijn geinvesteerd, onder andere door de Stad Amsterdam. De gemeente laat het wat betreft steun aan het Multatulihuis echter afweten, zodat het Multatuli Genootschap, dat het museum beheert, zich ieder jaar in bochten moet wringen om het bedrag bij elkaar te krijgen. Wij stellen daarom voor dat, zolang er zich voor het Multatulihuis geen suikeroom aandient, het Rijksmuseum dit kleine neefje onder zijn hoede neemt en bijdraagt aan het in stand houden er van. Wij gaan er vanuit dat de familie van Regteren Altena hier begrip voor zal tonen.

HOOFDREDACTEUR GEWEERD UIT LOKAAL ETABLISSEMENT! (13 NOVEstirumklblueMBER 2014) Hoewel het tegen onze gewoonte is nieuws te brengen uit eigen kring, zien wij ons ditmaal genoopt van deze stelregel af te wijken. Wij laten onze hoofdredacteur, dhr. Martijn Suurenbroek, aan het woord. ”Ik bevond mij op vrijdag 7 november in een Staatsliedenbuurtelijk etablissement, waarvan ik de naam om reden van persoonsbescherming onvermeld laat. Ter plaatse zat een minder dan middelmatig zangeresje onder begeleiding van een gitarist het publiek eindeloos te vervelen met het soort bloedeloze liedjes dat heden ten dage voor muziek doorgaat. Op een gegeven moment kreeg ik een gitaar in handen geduwd door iemand die het gedreutel waarschijnlijk zat was en wellicht van mij verlangde het gebeuren met enige kwaliteit te injecteren. Dit bleek echter een hopeloze zaak, hoewel er wel mee bereikt werd dat de genante vertoning tot een einde werd gebracht. Ik speelde en zong met enkele kornuiten nog wat door, waarop plotseling het zangeresje, dat ook een barmedewerkster bleek te zijn, naast mij stond en mij gebood te stoppen met musiceren. Omdat ik niet begreep waarom ik niet, en anderen wel in een door mij gefrequenteerd cafe zouden mogen gitaarspelen vroeg ik het personeelslid mij de mening hierover te laten horen van de uitbater van het etablissement, die op dat moment afwezig was. Vervolgens werd mij een telefoon onder het oor geduwd waaruit een stem klonk die mij niet als die van de mij bekende uitbater voorkwam. Ik heb nadrukkelijk geinformeerd of ik inderdaad met de uitbater sprak en dit werd bevestigd. Ik was hierover hogelijk verbaasd en ben vertrokken. Daags daarop informeerde ik per electronische post bij de uitbater of hij een zaak beheert waar het gasten verboden is te musiceren. Indien zo, dan zou ik daar verder niet in aanwezig willen zijn. Het antwoord daarop luidde dat ik een gebod van een personeelslid niet had opgevolgd en vervolgens niet meer welkom was in dit nader niet genoemde etablissement. Dat zij zo. Een uitspanning waar men het personeel belangrijker vindt dan de gast zal zeker ten onder gaan. Wat ik mij wel nog steeds afvraag is, met wie heb ik op deze avond per telefoon gesproken? Ik kan mij vergissen vanwege een slechte verbinding, maar ik had toch sterk de indruk dat ik niet de uitbater aan de lijn had. Wie het weet mag het zeggen.

stirumklblueB & W WASJEMEMAAR ROND? (29 OKTOBER 2014) Uit doorgaans goed geinformeerde wandelgangen vernemen wij het stellig geformuleerde gerucht dat het college van wethouders rondom kandidaat-burgemeester dhr. WAS-JE-ME-MAAR vorm heeft gekregen. Het college zou volgens onze bronnen bestaan uit slechts drie personen, te weten mevr. ELS BIERENBROEK en dhrn. AK BOUWMAN en WASJEMEMAAR. De portefeuilleverdeling zou als volgt zijn: Mevr. BIERENBROEK zou het Wethouderschap van Welzijn en Geluk gaan bekleden, waaronder ook Gezondheid valt, Dhr. BOUWMAN zou zich wijden aan Ruimtelijke Ordening en Infrastructuur en de Burgemeester zou verantwoordelijk zijn voor Extern Beleid (met daarin de onderdelen Stadsimago en Buitenlandse Verhoudingen), Ruilmiddelen en Onderwijs. Gekozen is voor een ”driemanschap”, zo verluidt, vanuit de overtuiging dat een goed bestuurder volledig afhankelijk is van de vaardigheid van zijn raadgevers. Dezen zullen dan ook in ruime mate worden aangezocht. Zo is er sprake van dat dhr. ALEX MEINE, bestuurslid van de zonnepanelenorganisatie GWL Ecostroom, gepolst zal worden voor de post Hoofd Zonnepanelen en Bostuinen, en dat de eminente muziekpedagoog dhr. MARTIN BONNES, zich zal richten op het Stedelijk Muziekonderwijs. ”De Stem van Van Stirum” volgt de ontwikkelingen op de voet en houdt de vinger aan de pols.

stirumklblueWETHOUDER GESCHOFFEERD IN ETABLISSEMENT! Uit middelmatig betrouwbare kringen hadden wij reeds ter zake doende geruchten vernomen, maar het is nu uit de beste bron bevestigd dat Dhr. Eric van der Burg, Amsterdams wethouder van onder andere sport en welzijn, op schandelijke wijze is behandeld in een etablissement niet ver van Onze Buurt. Dhr. van der Burg maakte op zijn gezichtsboekbladzijde zelf melding van het voorval ( https://www.facebook.com/eric.vanderburg.106?fref=ts) Dat het incident de sympathieke wethouder hoog zit moge boekdelen spreken uit de verregaande gevolgtrekkingen die hij na dit onaangename bezoek aankondigt: na de gelegenheid zeven jaar naar tevredenheid te hebben bezocht laat hij weten zich ”er niet meer te laten zien”. Wij betreuren dit op diverse gronden. Allereerst achten wij het spijtig dat zeven jaren van goede diensten weg moeten vallen tegen een ”rotte appel in de mand”; verdient deze uitspanning niet tenminste nog een kans, zo vragen wij ons af? Wij kennen de precieze omstandigheden natuurlijk niet, maar wij achten het, ten tweede, niet uitgesloten dat de betreffende bediende door ons en aan de wethouder onbekende omstandigheden uit zijn of haar doen was, en hevige spijt heeft van zijn of haar gedrag. Dan, zo menen wij, is mildheid op zijn plaats. Mocht het, ten derde, zo zijn dat de betreffende persoon eenvoudigweg niet geschikt is voor dergelijke werkzaamheden, dan zal het dienstverband vroeg of laat zeker beeindigd worden en zal de wethouder kunnen blijven rekenen op de bediening die hij gewend was. Ten overvloede zij hier vermeld dat het wangedrag niet onopgemerkt is gebleven want de de stadsbestuurder laat zelf weten dat hij als gevolg daarvan de rekening niet hoefde te voldoen. Kortom, ”De Stem van Van Stirum” roept Dhr. van der Burg op clement te zijn en genoemde uitspanning nog een kans te geven. Een publieke uitbrander van een stadsnotabele is geen gunstige werving voor een restaurant en kan verregaande gevolgen hebben. Wij betwijfelen of de betreffende uitbater dit verdiend heeft.

OPEN BRIEF AAN WETHOUDER ERIC VAN DEN BURG Beste Eric, Je zult het hopelijk niet erg vinden dat ik je tutoyeer, want, al ben je je er misschstirumklblueien niet van bewust, wij zijn sinds kort vrienden. Ik heb je via Facebook een vriendschapsverzoek gestuurd en daar heb jij positief op gereageerd, en daar wil ik je voor danken. Maar ik vraag me toch af waarom je dit verzoek hebt geaccepteerd, we kennen elkaar immers helemaal niet. Ik denk dat het zin heeft dat ik eerst uitleg waarom ik jou dit verzoek heb gestuurd. Enkele dagen geleden heb ik mij onder de werknaam Was-Je-Me-Maar kandidaat gesteld voor het burgemeesterschap van Amsterdam. Ik ga daar hier niet op in, als je wilt kun je daar een en ander over lezen op deze facebookpagina. https://www.facebook.com/groups/1476853862588993/ Omdat ik als kandidaat uiteraard bekendheid nodig heb ben ik de afgelopen dagen een experiment aangegaan, wat inhield dat ik in de wilde weg personen op facebook vriendschapsverzoeken ben gaan toesturen, in de hoop ze via die connectie naar mijn pagina te lokken en zo aandacht voor mijn ideeen te genereren. Tot mijn grote verbazing kreeg ik er binnen no time iets van 40/50 vrienden bij, allemaal mensen van wie ik volstrekt niets weet en waarvan ik aanneem dat ze niets van mij weten. Jij was een van hen. Ik vraag me af, waarom reageren al die mensen daarop? Ik concentreer me hier op de vraag waarom jij dat gedaan zou kunnen hebben. Er zijn verschillende mogelijkheden. Misschien heb je geen vrienden, en probeer je op deze manier aan vrienden te komen. Deze optie lijkt mij in jouw geval niet voor de hand liggend. Het zou ook zo kunnen zijn dat jij diegenen die graag vrienden met jou willen worden, vrienden met een vooraanstaand Amsterdams burger dus, de gunst van jouw vriendschap onvoorwaardelijk en belangeloos verleent. Dat zou je sieren. En er is nog een derde mogelijkheid: dat is dat je de 2224 personen die zich nu volgens facebooknormen jouw vrienden mogen noemen, nodig hebt als een makkelijk verworven publiek om jouw ideeen als beleidsmaker en politicus voor te leggen. Dat zou helemaal niet erg zijn, en zeker niet bijzonder, want het is wat politici onder andere doen. Maar als het laatste het geval is, en ik denk dat dat zo is, dan zou ik dat, als vriend, ook graag willen weten. En dan zou ik graag via jouw facebookpagina met jou publiek in discussie gaan over die ideeen en je b.v. ook vragen willen stellen over jouw visie op zaken. Maar dat is lastig, want jouw pagina biedt de optie van het plaatsen van berichten door anderen niet. Wel kan ik je een privebericht sturen – bij deze – maar dat blijft waarschijnlijk onder ons en dat is niet mijn bedoeling. Ook kan ik reageren op thema’s die jij verkiest te berde te brengen, maar aangezien de facebooketiquette m.i. voorschrijft dat je dan reageert op de door de pagina-eigenaar gestelde thematiek, stuit ik ook hier op beperkingen. Bovendien moet ik zeggen dat ik datgene wat jij op je pagina plaatst niet bijster inspirerend vind, en ook niet getuigend van al te veel inspanning. Ik zie wat linkjes over talenkennis in Europa, over veranderende grenzen in Europa, een VVD-berichtje over de participatiewet, iets over de Amsterdamse marathon en een NOS-link over burgers die elkaar zouden moeten aanspreken. Verder heb ik niet gekeken. Allemaal best interessant op zich en ik begrijp ook wel dat het plaatsen van deze berichten iets zegt over hoe jij denkt en tegen maatschappelijke problemen aankijkt, toch ware het me liever als je ook zelf wat zou schrijven, en je niet zou beperken tot het verwijzen naar anderen, wat de meeste facebookgebruikers overigens ook doen. Uiteraard heb je het volste recht jouw pagina in te richten zoals je wilt, en je zult waarschijnlijk weinig tijd hebben om erop te schrijven, en ik ben wel de laatste die er op uit is het gedrag van anderen te veranderen (tenzij ik daar schade van ondervindt natuurlijk). En ik behoor ook niet tot diegenen die zomaar even makkelijk kritiek leveren, inzonderheid op politici, bestuurders en ambtenaren, en heb juist daarom besloten een poging te doen bij te dragen aan het welzijn van de stad. Dat is de aanleiding van mijn besluit mij kandidaat te stellen voor het Amsterdams burgemeesterschap. Wel zal ik mij trachten te onderscheiden, in ieder geval dus van jou, en wellicht ook van anderen, door op mijn facebookpagina wel zelf geformuleerde ideeen te zetten, door stukken te schrijven, door mensen nadrukkelijk te vragen te reageren en door de moeite te nemen met ze in discussie te gaan. Ook jou nodig ik, als vriend, van harte uit daaraan deel te nemen. Ook als je dat niet doet blijf ik graag je ”vriend”, volgens facebookmores. Ik denk dat wij allebei die zgn. vriendschapsverzoeken van deze instelling een beetje mal vinden. Hoeveel echte vrienden heb je nou eigenlijk in je leven? Daarom formuleer ik het liever anders: ik zeg jou hier op deze plaats en via dit publiek medium toe dat ik nooit jouw vijand zal zijn. Ik hoop dat je het volgende niet als badinerend, spottend of vleierig op zult vatten, maar ik heb respect voor wat je doet, ook al ken ik jou en je beleid (nog) niet goed. Ik ben er van overtuigd dat jij, zoals zovelen in het Amsterdams bestuur, hard werkt vanuit jouw overtuiging om iets te doen voor Onze Stad. Ik zal het soms met je eens zijn, soms niet. In het eerste geval zal ik je steunen, in het tweede zal ik je mijn argumenten om je te overtuigen voorleggen. Dat zal ik doen met behulp van mijn soms wat eigenzinnig taalgebruik. Ik weet uit ervaring dat dat weleens als ”kras” wordt ervaren, en als je vindt dat ik over de schreef ga dan zeg je me dat maar. Ik probeer altijd fair te zijn, maar daar kan ik me wel eens in vergissen. Grondslag van mijn benadering zal echter zijn onze ”vriendschap”, wat daar dan ook onder verstaan moet worden. En in deze volg ik de zienswijze die is gesteld door de filosoof Friedrich Nietzsche en die luidt dat vrienden elkaar altijd de waarheid behoren te zeggen. Op dit moment is een voor mij relevante waarheid, en werkelijkheid, dat ik met het oog op mijn kandidatuur bekendheid nodig heb, en ik zal niet verhelen dat ik hoop dat deze Open Brief daaraan bijdraagt. Ook zal ik doorgaan met het zoeken naar ”vrienden” of in dit geval beter gezegd ”burgers van Amsterdam die met mij in discussie willen gaan” Daarbij zal ik ook gebruik maken van jouw gezelschap van 2224 vrienden. Ik zal hen allen stuk voor stuk uitnodigen mijn vriend te worden en diegenen die dat aanvaarden wijzen op mijn kandidatuur. Zo werkt het facebooksysteem kennelijk, en dat is een hele goede zaak. Deze open brief kan ik dus helaas niet op jouw pagina zetten. Ik zal hem plaasten op de al genoemde facebookpagina van ”Was-Je-Me-Maar, kandidaat-burgemeester van Amsterdam” en op een pagina over de Amsterdamse politiek genaamd ”Amsterdamse Bestuurscommissies”. Dit zijn de links: https://www.facebook.com/groups/1476853862588993/ Was-Je-Me-Maar https://www.facebook.com/groups/bestuurscommissies/?notif_t=group_r2j_approved Amsterdamse Bestuurscommissies Tevens zal ik deze brief sturen naar Het Parool en AT5. Ik wens je het allerbeste Martijn Suurenbroek, onder de werknaam Was-Je-Me-Maar kandidaat-burgemeester van Amsterdam. 

BRIEF AAN STADSDEEL WEST (VERVOLG) Aan: Stadsdeel West Van: Martijn Suurenbroek Geachte Heerstirumklblue/Mevrouw, Hierbij leg ik Stadsdeel West een aantal vragen voor. Een vorige maal dat ik dit deed werd mijn brief als klacht geinterpreteerd, wat niet mijn bedoeling was. Ditmaal vermeld ik er daarom met nadruk bij dat het hier geen klacht of klachten betreft, ik zou alleen graag antwoord van Stadsdeel West ontvangen. Welke persoon of personen in deze kwesties Stadsdeel West als zodanig vertegenwoordigen kunt u beter beoordelen dan ik. 1. Op 29 september stuurde ik per e-mail een brief aan Stadsdeel West. Het was niet mijn bedoeling deze als formele klacht te deponeren. Toch ontving ik op 1 oktober van Stadsdeel West een geautomatiseerd bericht, verstuurd door twee klachtencoordinatoren, dat mijn brief door Stadsdeel West ‘’als klacht’’ was ‘’geregistreerd’’, en dat de klacht zou worden behandeld ‘’volgens de klachtenregeling Stadsdeel West 2010’’. Op 7 oktober ontving ik echter bericht van een klachtencoordinator waarin de volgende zin voorkwam: ”Uw brief wordt niet verder meegenomen in de klachtenprocedure”. Mijn vraag is: op grond van welke bepaling in genoemde klachtenregeling trekt Stadsdeel West de klacht terug die zij zelf gesteld en geformaliseerd heeft? 2. Bij mijn weten hanteert Stadsdeel West een verplichtende termijn van zes weken voor het beantwoorden van vragen. Geldt deze termijn ook voor vragen die gesteld worden in een correspondentie tussen een Stadsdeelbewoner en een medewerker van Stadsdeel West? Ik geef een voorbeeld (uit genoemde brief): deze zomer correspondeerde ik met een Stadsdeelmedewerker op constructieve wijze over een kwestie die mij interesseerde. Op 1 september legde ik de medewerker enkele vragen voor. Daar is tot op heden geen antwoord op gekomen. Is deze medewerker evenals het Stadsdeel gehouden aan een termijn van zes weken en dient hij dus uiterlijk 13 oktober geantwoord te hebben? Is deze medewerker uberhaupt verplicht te antwoorden op de vragen die ik stel in een dergelijke correspondentie? 3. Zoals gezegd voerde ik met genoemde Stadsdeelmedewerker een vruchtbare correspondentie en was over het algemeen tevreden over de mij verstrekte informatie. Na mijn vragen van 1 september heb ik echter nooit meer iets vernomen, ook niet nadat ik op 18 september mijn vragen herhaalde. Vindt Stadsdeel West dit een correcte en fatsoenlijke omgang van een Stadsdeelmedewerker ten opzichte van een Stadsdeelbewoner die vragen stelt? 4. Ook over een andere kwestie voerde ik deze zomer een vruchtbare correspondentie met een Stadsdeelmedewerker (zie weer mijn brief). Nadat ik op 8 september een aantal vragen voorlegde heb ik nooit meer iets gehoord. Vindt Stadsdeel West dit een correcte en fatsoenlijke omgang van een Stadsdeelmedewerker ten opzichte van een Stadsdeelbewoner die vragen stelt? 5. Op 7 juli, drie maanden geleden, stelde ik aan een Stadsdeelmedewerker vragen over een derde kwestie. Op deze vragen heb ik nog steeds geen antwoord gekregen. Vindt Stadsdeel West dat een correcte gang van zaken? 6. In een brief van 1 oktober vroeg een Stadsdeelmedewerker mij de namen te geven van de betreffende Stadsdeelmedewerkers wier handelen ik in mijn brief van 29 september beschreef. Is Stadsdeel West niet in staat op grond van de door mij beschreven thematiek van de vragen zelf te achterhalen om welke medewerkers het gaat? 7. Ik heb nu zo’n vier jaar ervaring met het stellen van vragen en mijn ervaring is dat de beantwoording van hoge kwaliteit is, maar het tempo van afhandeling traag. Zes weken mag dan de norm zijn, maar mijn vragen zijn over het algemeen betrekkelijk simpel en vaak gericht aan een Stadsdeelmedewerker die de zaak behandelt. Hoe beoordeelt Stadsdeel West zelf de wijze waarop zij omgaat met vragen van burgers? Wordt dit gemeten, besproken, beoordeeld, zo ja op welke wijze en door welke instanties binnen Stadsdeel West? 8. Eerder dit jaar werd onder auspicien van Stadsdeel West een symposium georganiseerd onder de naam ‘’Gewoon, Samenwerken in West’’. Hieraan werd verbonden een essay dat de naam ‘’Gewoon, in Amsterdam-West’’ droeg. Ik verzoek u mij mede te delen wat de respectieve kosten van symposium en essay waren. Ik zie uw reactie gaarne tegemoet Met vriendelijke groet Martijn Suurenbroek

STUDIO VAN STIRUM ZUIVER OP GRAAT! (13 oktober 2014) Uit een diepgravende en openbare gedachtenwisseling met betrstirumklblueokkenen, te volgen op de bekende gezichtsboekbladzijde van ”De Stem van Van Stirum”, is gebleken dat er van verraad binnen kringen ”Studio Van Stirum” geen sprake is. Een en ander blijkt te berusten op een misverstand. Er is namelijk geen sprake van dat dat er vanuit de ”inner circle” informatie zou zijn doorgebriefd aan de alom geachte buurtscribent dhr. MOHAMED EL-FERS. Dhr. El-Fers, zo blijkt uit de desbetreffende, wellicht wat lange en al te jolige berichtendraad, heeft geheel vanuit zich zelf de gedachte geponeerd als zou een met name genoemd Stadsdeelpoliticus in dit jeugdige buurttelevisieprogramma worden uitgenodigd, en is door niemand daarvan op de hoogte gebracht. ”De Stem” begrijpt deze redenering. Bijzonder veel politici zijn er niet in Stadsdeel West, en dat deze of gene op zeker moment in de toekomst door de politieke redactie (welker bestaan dhr. El-Fers overigens van harte toejuicht) zou worden uitgenodigd kan ieder zinnig mens zelf bedenken. Wij menen zelfs dat de minder ervaren redactieleden van dit nu al geruchtmakende buurtmediaproject baat zouden kunnen hebben bij de begeesterde ingevingen van doorgewinterde heer El-Fers, die overigens een kameel blijkt te zijn.

stirumklblue NIEUWE STAATSKRANT UIT! (12 oktober 2014) En ook deze maand viel de Staatskrant met een zacht plofje op onze mat! En ook ditmaal werd het vertrouwde en langverwachte geluid verwelkomd door redactieteckel Peter, die zich haastte het blad ter bekke te nemen en het tevreden kwispelend aan de redactie te overhandigen. ”Stop de persen!,” riep de hoofredacteur gebiedend vanachter de ruiten van zijn verhoging, ”Staatskrant!”, waarop het ganse redactieteam zich kringsgewijs zette om een voor een de artikelen luidop voor te dragen. Ook dit maal ging de lezing gepaard met een af en toe spontaan aanwellend applaus, een bijna voortdurend instemmend gebrom en hier en daar die snik van ontroering die redactiesecretaresse Willemijn nu eenmaal niet kan onderdrukken bij het aanhoren van artikelen als ”MC-Theater Knock Out”. Welk blad in Onze Stad, ja, wij wagen zelfs te zeggen, in Ons Vaderland, geeft op zo overzichtelijke wijze in zo’n heldere schrijfstijl zo’n volledig beeld van het rijke leven van de buurten waarin het verschijnt, de Spaarndammerbuurt, de Hugo de Grootbuurt en de Spaarndammerbuurt? Welk blad sleept de lezer zodanig mede dat hij prompt lust voelt de straat op te gaan om iets voor de buurt te doen. Als bij het aanschouwen van een doorwrocht gecomponeerd drama ondergaat de lezer heftige verontwaardiging, opzwepende vreugde, diepdoorvoeld verdriet, overrompelend medeleven en welke andere gemoedsaandoening wel niet. Wij weten, het is niet nodig hier een opsomming te geven van de aaneengeregen nieuwsvoorziening die geboden wordt, immers, in talloze woningen in Onze Buurten zal dit weekeinde hetzelfde plaatsvinden wat ter redactielokale geschiedde, en wij willen niemand dit voorgenoegen ontnemen. Volstaan wij met het vaststellen dat wij ditmaal geen cursiefje van dhr. Peter Voogdt aantroffen; wij betreuren dit, het is immers de bijdrage die de redactie als eerste opslaat, maar wij vermoeden dat dit ontbreken samenhangt met de naar verluidt aanstaande zangcarriere die dhr. Voogdt te wachten staat. Indien dit zo is hebben wij er alle begrip voor dat dhr. Voogdt er ditmaal niet aan is toegekomen zich voor de Staatskrant op te offeren, en wensen wij deze eminente Joseph Schmidt-interpreet alle goeds voor zijn verdere beroepsleven. En dan nog die achterpagina… ach, wij betoogden het op deze plaats al eerder: het is ons bekend dat deze coda wordt geleverd door een dolende querulant die zijn ruimte meent te moeten opeisen omdat hij beweert te beschikken over belastende informatie aangaande diverse redactieleden. Het getuigt van de wijsheid van de Staatskrantredactie, wier blazoen overigens onbesmet is, dat men deze verdwaasde in zijn waan laat en hem zijn ruimte blijft gunnen. ”Vergeeft hem, hij wat niet wat hij doet” zo spoort men ons aan, en wij sluiten ons daar volmondig bij aan. Ook deze Buurtgenoot heeft recht op zijn plaats. 

stirumklblue VERRAAD BINNEN STUDIO VAN STIRUM? (11 oktober 2014) Fluisterende stemmen in Onze Wandelgalerij vertrouwen ons toe dat er iets niet in de haak is binnen het medewerkersgezelschap van het rumoerig aangekondigde buurttelevisie-programma STUDIO VAN STIRUM. Enkele lispelende tongen gingen zelfs zover van verraad gewag te doen; immers hoe kan het anders dan door heimelijk overbrieven zijn dat de altijd alerte gezichtsboekbladzijde-activist MOHAMED EL-FERS ervan op de hoogte was dat de politieke redactie van dit sympathieke programma voornemens was een met name genoemd politicus te interviewen, en dit ook op deze pagina vermeld heeft?  Weliswaar heeft een alerte medewerker van het programma deze link ras verwijderd, maar toch vragen wij ons af: zijn er redactie-USBsticks van dit jeugdige mediaproject op straat beland, of erger, bevindt zich binnen de krochten ervan een mol. Naar verluidt worden er intern enkele harde noten gekraakt. ”De Stem” zal ook hierin een luisterend oor trachten te bieden. 

stirumklblue CAFE GRAAF LEOPOLD VERJAART (8 oktober 2014) Ons is ter ore gekomen dat het etablissement Graaf Leopold aan de Van Limburg Stirumstraat vandaag verjaart. Wij willen de uitbaters en hun gezelschap van medewerkers bij deze van harte gelukwensen met deze gelegenheid. Als buurtkrant voelt ”De Stem van Van Stirum” zich niet alleen geestesverwant met deze uitspanning die net als zij naar genoemd is naar de historische persoonlijkheid Leopold Graaf van Limburg Stirum, tevens zien wij zielsovereenkomst in de omstandigheid dat beide toch zo zeer verschillende instellingen het kortelings ontstane buurttelevisieprogramma ”Studio Van Stirum” een ieder naar zijn eigen aard steunen.

stirumklblue
MISBRUIKT SPORTSCHOENENFABRIKANT WILDPLAKZUIL IN DE SPAARNDAMMERBUURT?(1 oktober 2014) Naar aanleiding van wat zich laat aanzien misbruik is van een zgn. wildplakzuil in Onze Buurt, zoals gekscherend behandeld in onderstaande reportage van Van Stirum TV, is de volgende electronische boodschap gestuurd naar de Buurtregisseurs aan de Houtmankade. Wij wachten een reactie af. Ik verzoek u nota te nemen van een filmpje van Van Stirum TV, dat u via onderstaande link kunt bekijken. Het filmpje toont m.i. aan dat een commercieel bedrijf ten onrechte gebruik maakt van een zgn. wildplakzuil in de Spaarndammerbuurt, die op grond van een Algemene Politieverordening niet voor handelsdoeleinden gebruikt mag worden.
Ik verzoek u mij te laten weten of u dit ook zo ziet, en zo ja, of u van plan bent om de overtreder te bekeuren.

stirumklblue EEN BLOEIEND MEDIALANDSCHAP IN ONZE BUURT (30 september 2014) Het media-landschap in Onze Buurt wordt steeds rijker, boeiender en geheimzinniger: De Staatskrant, De Stem van Van Stirum, Van Slingeland Mediateam, Van Stirum Entertainment, Verse Pers, Van Stirum TV, de Tipsy-soap, Mokum TV, zij manifesteren zich alle naar hun aard! En wie weet wat ons nog te wachten staat: Van Hall TV, de Hugo de Groot-show, Zeeheldennieuws, Studio Nassau, Het Oog op de Houthaven, Media in Het Schip en Antenne Watertoren? Wie weet wat wij nog zullen mogen verwelkomen in de tijd voor ons. De Stem van Van Stirum juicht de ontwikkelingen van harte toe, maar betreurt wel dat sommigen in dit vruchtbare landschap anderen die om hun rechtmatige plaats dingen een onterechte uitbrander menen te moeten uitdelen. Zo beoordelen bij voorbeeld de sympathieke collega’s van het Van Slingeland Team de goedbedoelde inspanningen van de jeugdige lieden van de Verse Pers op een ons inziens al te schampere wijze. Beter doen zij er aan voort te gaan met het vervaardigen van mooie reportages over het rijke leven aan de Van Slingelandstraat en de jongelui hun kans op verdere ontwikkeling te gunnen.

stirumklblue BRIEF AAN STADSDEEL WEST Geachte Heer/Mevrouw, Hieronder vindt u een aantal vragen die ik het Stadsdeel de afgelopen periode heb voorgelegd, maar waarop ik nog geen antwoord heb ontvangen. Ik weet dat er een bepaalde termijn staat voor het beantwoorden van vragen, en die is niet in alle gevallen overschreden, maar toch vind ik het beeld dat zich vormt zorgwekkend. Sinds ik een jaar of vier geleden begon met de buurtpublicatie ‘’De Stem van Van Stirum’’ heb ik het stadsdeel regelmatig vragen gesteld, en daar vaak erg lang op moeten wachten. Het Stadsdeel heeft dat ook erkend en mij meerdere malen verontschuldigen aangeboden. Uiteraard heb ik er begrip voor dat Stadsdeelmedewerkers allerlei te doen hebben, zeker in deze fase waarin er sprake is van een zekere herorientering op het bestuurlijke fenomeen ‘’stadsdeel’’. Toch betwijfel ik of het werkelijk nodig is dat men mij, en wellicht andere vragenstellers ook, lang laat wachten. Het komt voor dat ik uitstekend communiceer met een van uw medewerkers, waarna plotseling een door mij niet te verklaren stilte valt. Dit langdurig zwijgen ervaar ik als storend. Indien men werkelijk even geen tijd voor mij heeft dan kan men beleefdheidshalve toch een indicatie van een beantwoordingstermijn aangeven. Tot slot nog dit: door diverse Stadsdeelmedewerkers is mij gevraagd of ik vragen stelde ‘’als journalist of op persoonlijke titel’’. Ik heb tot nu toe de moeite genomen om dit op mijn eigen wijze uit te leggen, maar eerlijk gezegd vind ik een dergelijke vraag ongepast. Het staat mij als stadsdeelparticipant volkomen vrij informatie in te winnen bij de overheid zonder dat ik verantwoording hoef af te leggen over wat ik daarmee doe. Door de overheid verstrekte informatie is voor een ieder toegankelijk en het staat mij verder vrij deze al of niet op te nemen in de door mij beheerde buurtmedia ‘’De Stem van Van Stirum’’ en ‘’Van Stirum TV’’ Hieronder vindt u de vragen naar thematiek ingedeeld, met een korte beschrijving van de ‘’wachtgeschiedenis’’ daaromtrent: 1. VERKEERSTOESTAND WESTERPARK Deze vragen legde ik voor het eerst voor op 7 juli. Ik heb in de tussentijd meerdere malen geinformeerd of de antwoorden er aan kwamen, en dat is mij ook toegezegd. Dit loopt nu tegen de drie maanden aan, en antwoord heb ik nog steeds niet. –  Ben ik wettelijk verplicht aanwijzingen van parkeerwachters op het terrein van het Westerpark op te volgen? –  Zo ja, wat zijn de sancties als ik dat niet doe? –  Is 5 kilometer p.u. inderdaad de toegestane snelheid voor auto’s in het park? 2. EENRICHTINGSVERKEER VAN LIMBURG STIRUMSTRAAT Deze vragen legde ik op 1 en 18 september voor aan een stadsdeelmedewerker met wie ik uitgebreid over deze kwestie gecommuniceerd heb. Ik begrijp niet waarom dat wel kan, en ik vervolgens een maand moet wachten op m.i. drie vrij makkelijk te beantwoorden vragen. –    Is er nog mogelijkheid bezwaar te maken? Zo ja, tot wanneer kan dat? (inzake het instellen van eenrichtingsverkeer in de Van Limburg Stirumstraat) –    Kunnen degenen wier bezwaar is afgewezen in beroep gaan? –    Heeft het stadsdeel al een datum voor ogen wanneer de werkzaamheden van start kunnen gaan? 3. PROEF TEGEN STOEPFIETSEN IN DE VAN LIMBURG STIRUMSTRAAT Deze vragen legde ik voor op 8 september. Ook hiervoor voerde ik een uitgebreide discussie met een Stadsdeelmedewerker. Ik stel dat uiteraard op prijs, maar begrijp wederom niet waarom ik plotseling drie weken lang niets hoor. –    U heeft het over een extra inzet van twee handhavers a 20 uur. Over hoeveel tijd wordt deze extra inzet uitgesmeerd? –    Als ik het goed heb is de lopende proef voorbij. Is al bepaald wanneer de volgende proef zal plaatsvinden, zo ja, wanneer? –    Hoeveel meer bekeuringen dan gemiddeld heeft de proef tot op heden opgeleverd? –    Hoe vindt de beoordeling van deze proef plaats? –    Er hangt nu geen enkele waarschuwingsposter meer aan de winkelramen in de VLStirumstraat en de Tweede Nassaustraat. Is het stadsdeel voornemens de posters weer aan de winkeliers uit te delen? Tot drie maal toe is mij in onze correspondentie te kennen gegeven dat het stadsdeel de winkeliers niet kan dwingen de posters op te hangen. Maar men kan de winkeliers toch zeker wel aansporen, door b.v. een telefoontje, of met behulp van de wijkagent. Is het stadsdeel voornemens dat in het vervolg te doen mochten er weer posters worden uitgedeeld? –    Mijn indruk is dat de posters niet erg opvallen, zeker niet bij degenen voor wie ze bedoeld zijn en die er voorbij racen. Waarom worden dergelijke mededelingen niet op opvallender plaatsen opgehangen, b.v. aan de pilaren? –    U zegt dat andere weggebruikers eventueel te plaatsen hekken ter voorkoming van het stoepfietsen ook als hinderlijk ervaren. Dat zal zeker het geval zijn. Maar zij ondervinden nu ook al hinder van de stoepfietsers. M.a.w. er is een groep die hinder ondervindt, en een die hinder veroorzaakt. Door hekken te plaatsen wordt de hinder rechtvaardiger verdeeld. Onderschrijft het stadsdeel dit uitgangspunt? 

MET VLAG EN WIMPEL (27 september 2014) In de laatste Staatskrant schreven stirumklbluewij een stukje over de mogelijke instelling van eenrichtingsverkeer in de Van Limburg Stirumstraat. Wij beschreven hierin dat hiertegen door twee buurtparticipanten bezwaar is gemaakt dat door het Stadsdeelbestuur is afgewezen. Men kan het inhoudelijk met deze conclusie oneens zijn, maar naar ons inzien is de bezwaarprocedure zorgvuldig doorlopen. Wij bekritiseerden deze in ons stukje dan ook niet. Niettemin plaatste de Staatskrant de volgende kop boven het stukje: ”BEZWAREN AFGEWIMPELD DOOR BESTUUR”. Wij hebben de redactie van dit sympathieke buurtorgaan laten weten dat wij vinden dat deze vlag de lading niet dekt, want naar ons gevoel duidt de uitdrukking ”afwimpelen” op een zekere onverschilligheid in doen en handelen, en daarvan is ons inziens, zoals gezegd, geen sprake. Wij mogen overigens niet uitsluiten dat dit taalgebruik het gevolg is van de nu in redactiekringen al waarneembare vreugde omtrent het naderende Sinterklaasfeest, waarvoor men wellicht al de gepaste versierselen aan het aanbrengen is. Ook zou het zo kunnen zijn dat de nog niet opgeborgen vlaggetjes, bestemd voor het helaas niet voorgevallen Oranje-kampioensfeest, nog steeds een voorname rol spelen in het Staatsredactionele bewustzijn. Daar hebben wij begrip voor. Hieronder het stukje in de Staatskrant van september:

Het punt waar de Van Limburg Stirumstraat uitkomt op de Haarlemmerweg staat bekend als een ‘’blackspot’’. Er vonden de afgelopen jaren diverse ongelukken plaats, ook met dodelijke afloop. Daarom besloot het stadsdeel in februari eenrichtingsverkeer in te stellen in de Van Limburg Stirumstraat tussen de Joan Melchior Kemperstraat en de Haarlemmerweg. Er zou alleen nog in de richting van de Haarlemmerweg gereden mogen worden. Dit zou tot gevolg hebben dat verkeer vanuit de richting Haarlem met bestemming Van Limburg Stirumplein via de Van der Hoopstraat zou gaan rijden. Daarom maakten twee buurtbewoners bezwaar tegen het besluit. De voor april geplande werkzaamheden gingen niet door.
Deze zomer vond de bezwaarprocedure plaats. Een bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de indiener in de Fannius Scholtenstraat woont, en volgens het stadsdeel niet nauw betrokken is bij eventuele overlast. Het tweede bezwaar werd ongegrond verklaard; het stadsdeel meent dat de veiligheid zwaarder weegt dan de overlast in de Van der Hoopstraat. Het stadsdeel zal het besluit uitvoeren. Bij het het ter perse gaan van deze krant was niet bekend wanneer dit zal gebeuren, noch of er weer bezwaar is ingediend.

stirumklblue POES BOMMEL TERUG BIJ EIGENAAR (25 september 2014) Uit betrouwbare bron vernamen wij dat de vermiste poes Bommel mogelijk was gesignaleerd in Volkstuinpark Sloterdijkermeer. Wij hebben de gelegenheid aangegrepen telefonisch contact op te nemen met de eigenaar van Bommel, die ons gelukkig verzekerde dat het sympathieke huisdier al weer enige tijd geleden naar de huiselijke mand was weergekeerd. Of de waargenomen poes een dubbelganger van Bommel is of dat hij zich voor Bommel uitgeeft is ons niet bekend. Mocht u nog aanplakbiljetten zien waarop Bommel figureert dan kunt u deze verwijderen.  

stirumklblueKRIJGT DE STAATSLIEDENBUURT EEN EIGEN MUNT? (5 september 2014) Uit zeer betrouwbare bron vernemen wij mogelijk op waarheid berustende geruchten dat er in vooraanstaande monetaire kringen meer dan serieuze plannen zijn Onze Buurt te verrijken met een eigen munt. Dit verschijnsel van wat men ”regionale munten” zou kunnen noemen doet zich in diverse streken in Europa voor, schijnt zeer gunstig te zijn voor de regionale economieen en bevordert bovendien bij de bewoners van een bepaalde streek een gevoel van verbondenheid, waaronder dat tussen producenten en consumenten. Leidend in deze tendens is de Zwitserse bankier Gerard monOncle. Dhr. monOncle (geb. 1940) heeft gedurende zijn beroepsleven, zoals hij het zelf in een kort levensoverzicht uitdrukt, ”het Zwitserse bankgeheim gediend”, maar erkent dat er ”vanaf zeker moment iets begon te schuren in zijn geweten”. Na zijn pensionering heeft hij zich gewijd aan de studie van andere dan de traditionele geldsystemen, en werd hij onder andere onbezoldigd adviseur van de BitCoin-operatie. Sinds enkele jaren richt dhr. monOncle zich voornamelijk op regionale muntontwikkelingen. Uit redactionele kringen van ”Van Stirum TV” vernemen wij dat de kans groot is dat dhr. monOncle aanwezig zal zijn tijdens de opnamen van dit programma in Cafe Graaf Leopold op vrijdag 19 september, alwaar hij zijn gedachten over de nieuwe munt (de ”Staat”?) zal uiteenzetten. Dhr. monOncle is tevens een eminent Rembrandt-kenner, heeft uit hoofde daarvan veel tijd in ons land doorgebracht, en spreekt, naar verluidt, uitstekend Nederlands. “De Stem van Van Stirum” houdt het voor mogelijk dat er een breder verband is tussen het streven Onze Buurt op de Werelderfgoedlijst van UNESCO te doen plaatsen, en het gericht vormgeven van een locale, duidelijk begrensde, buurteconomie. Wij onderzoeken dit verder.

stirumklblue VAN STIRUM TV IN CAFE GRAAF LEOPOLD? (5 september 2014) Uit meerdere meestal meer dan betrouwbare bronnen vernemen wij dat ”het televisieprogramma voor de Amsterdamse Staatsliedenbuurt en de haar omringende wereld ”Van Stirum TV”  uitzendingen zal gaan verzorgen vanuit het aan de Van Limburg Stirumstraat gelegen cafe Graaf Leopold. Wij juichen deze ontwikkelingen van harte toe, temeer daar deze krant met deze sympathieke uitspanning gemeen heeft dat zij beide hun naam ontlenen aan de zelfde historische persoonlijkheid, Graaf Leopold van Limburg Stirum, wiens vooraanstaande rol in de vormgeving van ons huidige staatsbestel bekend mag worden verondersteld. Zeker past het ons als bezadigd buurtmedium niet de ”jonge honden” die dit avontuur aangaan van ongevraagd advies te dienen, maar wij hopen, en twijfelen er eerlijk gezegd niet aan, dat zij in een geest van vrijheid en vooral originaliteit te werk zullen gaan. Het is hard nodig. De aderverkalking die ons dagelijks vanuit het Westergascomplex door de VARA wordt aangeboden brengt ons nader tot het huilen dan tot het lachen, en Onze traditioneel tot vernieuwing neigende Buurt is de plaats bij uitstek de in onze verslappende cultuur zo broodnodige televisierevolutie vorm te geven. ”Televisie van en door de mensen”, zo klinken de enthousiaste geluiden van de initiatiefnemers, ”geen duurbetaalde presentatoren, geen twintigkoppige onbenaderbare redacties, geen kabeldraagslaven en scriptslavinnen, neen, eenvoudige en degelijke berichtgeving die onze buurtgenoten direct raakt. en ook nog door hen zelf gemaakt.” Of dit inhoudt dat men het wereldgebeuren wil buitensluiten en zich wil verschuilen achter de spreekwoordelijke gerania, zo vroegen wij ons af. ”Neen, driewerf neen,” zo luidde het antwoord volmondig. ”Wij leven in Onze Buurt, maar ook in Onze Wereld, en wij willen de hand reiken naar alle buurten ter wereld, die bewoond worden door mensen als wij, mensen die een ander wat gunnen, niet veel meer wensen dan een redelijke bestaanszekerheid, kortom, mensen die de meerderheid in deze wereld vormen, en die genoeg hebben van de rovers, de machtswellustelingen, de snelheidsmaniakken en de egoisten. Dat is, vooruit, laten we het hoge woord eruit gooien, dat is onze jihad en YouTube is ons wapen.”  Inch’ Allah en Deo Volente!

stirumklblue GEEN BEKEURING MAAR BEKERING (1 september 2014) Ons Stadsdeel verdient dezer dagen wederom hulde omdat het zich inzet een van de grootste ergernissen van Onze Buurt te bestrijden, het fietsen op de stoep. Tot in Noord-Ossetie bezorgt dit wangedrag Onze Buurt een kwalijke naam. Zo zijn er waarschuwende pamfletten uitgedeeld aan de winkeliers in de Van Stirumstraat en de Eerste Nassaustraat, en trekken de mannen en vrouwen van de Dienst Handhaving er meer dan gewoonlijk, en met gepast elan, opuit om de notoire wetsovertreders te tracteren op een boete die kan oplopen tot bijna 100 euro. Maar ondanks deze loffelijke inzet moeten wij toch vaststellen dat menig buurtparticipant het hoofd in moedeloosheid laat hangen; de pamfletten worden niet of ternauwernood door de winkeliers opgehangen, en zo dit al wel het geval is worden ze door de geharde stoepfietser niet opgemerkt of met een schamper lachje genegeerd. Twijfelloos zullen onze koene handhavers zich van hun taak kwijten, en wellicht zal dit tot bekeuringen leiden, straks wijden zij zich noodgedwongen weer aan andere opgaven, en zullen de stoepfietsers wederom lustig in roedels van vier door onze galerijen drommen. Ons Stadsdeel predikt overigens terecht dat niet straffen, maar bewustwording van het wangedrag de oplossing is, doch weinigen geloven daar nog in. Zo wordt er door sommigen aangedrongen op straffe maatregelen, zoals het plaatsen van hekken op de drukste overtredingsgebieden, zoals de trajecten waaraan de grotere zaken als Albert Heijn en Dirk van den Broek gelegen zijn. Hekken die niemand wil, maar die, zo vertrouwde ons een buurtparticipant toe, ”een laatste redmiddel zijn tegen wat nu nu niet meer te redden is. Met dank aan die stoepfietsers.” Deze laatste verzuchting bracht een groep jonge buurtbewuste kunstenaars op een idee. Dit collectief, dat zich ”De Scheppende Buurt” noemt, formuleert haar voornemen onder het motto ”geen bekeuring maar bekering”  kort samengevat als volgt: ”Wat als het Openbaar Bestuur (Ons Stadsdeel) nu eens doet alsof het hekken wil gaan plaatsen, maar de buurt nog een laatste kans geeft om dit te voorkomen. Dit kan gedaan worden door b.v. op de locatie tussen Kledingwinkel Waterman en Albert Heijn in de Van Stirumstraat 50 centimeter hoge houten schotten te plaatsen die alleen met touwtjes of kabels bevestigd zijn aan pilaren, verkeersborden etc. De schotten zijn op dezelfde manier geplaatst als de te voorkomen hekken, dat wil zeggen, aaneengesloten in de lengte tussen twee pilaren, driedelig in de breedte tussen een pilaar en de wanden van de panden. Op deze punten laten de schotten voldoende ruimte om b.v. rolstoelers en kinderwagens door te laten, maar worden fietsers gedwongen af te stappen, en waarschijnlijk zullen de meeste fietsers die b.v. Albert Heijn willen bereiken niet meer de moeite nemen weer op te stappen.” ”Vanzelfsprekend levert dit overlast op voor stoepgebruikers die zich wel behoorlijk gedragen,” zo vervolgt het kunstenaarsgezelschap begeesterd, ”Daarom moet deze ”blokkade” gepaard gaan met een publiciteitsactie in de vorm van waarschuwingen als ”Is dat wat wij willen?” en ”Met dank aan de stoepfietser zal dit straatgedeelte binnenkort worden afgesloten!”. Dit alles kan kracht worden bijgezet door het plaatsen van een strooien beeld van een ordehandhaver, die met de in de wind wiegende vinger geheven de voorbijgangers waarschuwt voor het naderend onheil.” Het sympathieke kunstenaarscollectief beeindigt zijn pleidooi met het uitspreken van de hoop dat de ganse vertoning zal leiden tot een levendige buurtdiscussie, en een klimaat waarin het gewoon zal zijn dat diegenen die hinder veroorzaken worden aangesproken door de zich nu in zwijgen hullende meerderheid. Immers, wie zwijgt stemt toe. ”De Stem van Van Stirum” spreekt hierbij zijn steun uit voor het kunstenaarsinitiatief ”Geen Bekeuring, maar Bekering”.

stirumklblue EEN HISTORISCH AFSCHEID IN JANUARI 1993 http://ouwestaatskranten.blogspot.nl/ (13 augustus 2014) Allereerst wil ”De Stem van Van Stirum” de initiatiefnemers van dit archief hartelijk danken. Het is alsof wij de lusthof onzer jonge jaren betreden en wij hoefden niet lang te grasduinen voordat wij, als door een geheimzinnige hand geleid, stuitten op de Staatskrant-uitgave van januari 1993. De voorpagina van deze versie meldde niet alleen het aanstaande vertrek van de toen in Ons Stadsdeel aanwezige Maggi-fabriek, maar ook het vertrek van een Staatskrantredacteur. Zo lezen wij: ”Onze redacteur Mohammed el-Fers, kortweg Mo genoemd, heeft zijn werkzaamheden aan de Staatskrant beeindigd.” ”Voor vele lezers betekent dit een gemis. Zij genoten van zijn sprankelende stijl en originele tekst. Voor anderen is het misschien een opluchting. Zij lazen zijn artikelen zo nu en dan met kromme tenen. Mo is inderdaad een beetje omstreden figuur.” En ” De laatste maanden was er nogal eens verschil van mening over wat wel en wat niet in de Staatskrant opgenomen moest worden. Mo claimde als redacteur volledige persvrijheid en duldde geen ”censuur”.” Dhr. el-Fers wordt tenslotte bedankt voor zijn grote inzet en zijn wervelende aanwezigheid en het artikel eindigt als volgt: ”Af en toe zijn de vonken er afgespat, maar vuurwerk kan heel mooi zijn, vooral als je er niet te dicht opstaat”. Het kan verkeren… Graag meer vuurwerk!

stirumklblueLAAT NIET ALS DANK… (13 augustus 2014) Wij ontvingen van Ons Stadsdeel een kleurig vlugschrift met de kop ”Westerpark Schoon doen we samen”. Wij zijn het daar helemaal mee eens en leveren onze bijdrage daaraan door in Ons Park niets op de grond te gooien. Andere parkparticipanten denken hier anders over en deponeren wat zij over hebben niet in de daartoe bestemde bakken of in zelf meegebracht plastic zakjes, maar schenken, gebruik makende van de mogelijkheden die de wetten van de zwaartekracht bieden, de getuigenissen van hun verblijf aan de gemeenschap. Het is denkbaar dat zij dit doen om anderen in de gelegenheid te stellen ”actief bezig te zijn in de buitenlucht” en ”nieuwe mensen uit de buurt te leren kennen”, aldus de voordelen die Ons Stadsdeel ons in haar geschrift voorschotelt indien wij deel zouden willen nemen aan de voor deze zomer aangekondigde gemeenschappelijke schoonmaakacties. Ware dat zo, dan zouden wij zeker in overweging nemen ons in te spannen voor het opruimen van andermans rotzooi en zouden wij bij voorbaat onze dank willen uitspreken aan diegenen die op deze wijze bijdragen aan een hechtere band tussen onze buurtparticipanten. Wij willen daar echter dan wel zekerheid over hebben, en wij bevelen dan ook aan een grondig onderzoek te houden onder parkparticipanten naar wat van sommigen de motivatie is hun afval de vrije wereld in te sturen. Mocht er in het geheel geen motivatie blijken te zijn, en onverschilligheid de grondslag van hun gedrag zijn, dan moeten wij afzien van deelname en zullen ons de voorgespiegelde genoegens ontzegd blijven. In dit geval bevelen wij straffe maatregelen aan: een extra veldwachter en borden met daarop aangebracht de tekst: ”Laat niet als dank voor het aangenaam verpoozen, D’eigenaar van dit park de schillen en de doozen!” Dat moet het vraagstuk afdoende oplossen. http://www.west.amsterdam.nl/wonen_en/de-buurten-van-west/buurten/westerpark/artikelen/westerpark-schoon

stirumklblue VRAGEN AAN ONS STADSDEEL (2 augustus 2014) Wij hebben in de dicht achter ons liggende periode Ons Stadsdeel vragen gesteld aangaande de volgende kwesties, of zullen dit doen: –  Hoe zit het precies met de rechtsverhoudingen in het Westerparkgebied waar het betreft de verhouding tussen voetganger en gemotoriseerd verkeer? Wordt een voetganger b.v. geacht uit te wijken voor een traag naderend voertuig of kan hij rechtens het voertuig manen uit te wijken naar een andere zijde van het doorgangspad waar beide parkparticipanten zich bevinden? En welke verkeersregels gelden er? – Wat is precies de positie van geuniformeerde parkparticipanten die vooral aanwezig zijn tijdens festival-achtige activiteiten in Ons Park? Voor wie werken zij precies, wat zijn precies hun bevoegdheden? –  Het plan om op het punt Haarlemmerstraat/Van Limburg Stirumstraat eenrichtingsverkeer in te stellen is door Ons Stadsdeel ingetrokken. Bewoners van de Van der Hoopstraat hadden bezwaar gemaakt tegen dit plan. Wij hebben Ons Stadsdeel verzocht ons de personalia van deze bewoners te geven, maar een medewerker liet ons weten dit ”niet zo zinvol” te vinden. Wij zullen Ons Stadsdeel vragen of er ook objectieve formeel-juridische argumenten zijn om gegevens achter te houden van buurtparticipanten die publiek bezwaar hebben gemaakt tegen een Stadsdeelvoornemen. –  Enige tijd geleden organiseerde Ons Stadsdeel een enquete over de waardering  van activiteiten in Ons Park. Wij hebben de voorlopige resultaten van dit onderzoek opgevraagd en, na enig wikken en wrikken, verkregen. Een vervolgonderzoek volgt in het najaar en zal, op een wijze die Ons Stadsdeel goeddunkt, geopenbaard worden. 

stirumklblue JOURNALIST OP PERSOONLIJKE TITEL? (1 augustus 2014) Omdat wij vol van verbazing in het leven staan, stellen wij wel eens een vraag. En omdat wij bij Ons Stadsdeel de Bronnen der Wijsheid vermoeden richten wij ons dikwijls tot deze ons naaststaande overheid, teneinde verlichting te vinden in onze onwetendheid. Ons wordt dan soms de wedervraag gesteld: ”Wendt Gij u tot ons a titre personelle of als journaille?” De vraag is eenvoudig te beantwoorden, want wij zouden het niet wagen onze activiteit binnen ”De Stem van Van Stirum” en ”Van Stirum TV” als journalistiek te betitelen; dit zou een belediging zijn ten opzichte van diegenen die de qualificatie ”journalist” met recht dragen. Toch begrijpen wij de verwarring die wij ten Stadsdele veroorzaken, immers, onze manier van doen heeft af en toe inderdaad de schijn van serieuze verslaggeving, en het is zeker ook zo dat wij, bij gelegenheid, daaraan doen. Anderszijds schrikken wij niet terug voor overdrijving, satire, zonodig sarkasme, tonaliteiten die niet passen bij ernstig te nemen journalistiek. Wij hebben getracht dit  de medewerkers van Ons Stadsdeel duidelijk te maken en hopen dat dit gelukt is. Wel vragen wij ons af wat voor Ons Stadsdeel het belang is om een dergelijk onderscheid te maken. Journalistiek of niet, onze vragen zijn, naar ons inzicht, relevant en zakelijk. Uiteraard kunnen de antwoorden die wij krijgen gepubliceerd worden middels de door ons gecreeerde middelen, maar dat is ook terecht, immers, alle informatie die Ons Stadsdeel verstrekt beschouwen wij per definitie als openbaar. Daarbij beschikken de meeste van maatschappijparticipanten heden ten dage over publieke media, zoals hun gezichtsboekbladzijden, waarop zij alles wat hun belieft kwijt kunnen. Dit kan zelden journalistiek genoemd worden, maar gebeurt zeker op persoonlijke titel. Voor onszelf dragen wij als oplossing aan onszelf aan te duiden met de mengbenaming ”journalist op persoonlijke titel”. 

HEREN IN HET GEEL (31 juli 2014) De feestelijkheden in Ons Park brengen verschijnselen van diverse pluimage met zich mee, zoals in het geel uitgedoste heren, wier oogmerk het is, zo begrijpen wij, onze veiligheid te waarborgen, en hostirumklblueewel wij ons over het algemeen niet  bedreigd voelen  stellen wij dat op prijs. Toch verwonderen wij ons soms over deze heren. Zo meende een van hun ons nadrukkelijk naar de zijkant van een pad te moeten verwijzen om doorgang te verlenen aan een naderende taxi, dit terwijl wij allang ruim waren uitgeweken. Een andere (of misschien dezelfde) heer in het geel sprak ons vaderlijk, om niet te zeggen, belerend toe, toen wij een pad betraden dat volgens hem festivalterrein was, wat niet stond aangegeven. Hij ging er vanuit dat wij wel degelijk wisten, of tenminste moesten weten, dat het om festivalterrein ging en dat wij de ”grenzen opzochten”. Hij beweerde met andere woorden dus dat wij stonden te jokken. Ook benadrukte hij dat niet-toegestane aanwezigheid op het festivalterrein tot arrestatie door politie kan leiden. Het is prettig om te weten dat wie onbekommerd door het park wandelt kan worden vastgenomen. (Zie http://youtu.be/Dtx8OnmlJDw) Maar wie zijn deze heren in het geel eigenlijk? En wat doen zij werkelijk voor onze veiligheid. Hebben zij bij voorbeeld ingegrepen toen wij een motorfiets over het parkterrein zagen jagen, zoals wij in onderstaand artikel van 14 juli beschreven? ”De Stem” zal het grondig uitzoeken. 

stirumklblue HET GETAL 97 (14 juli 2014) Vandaag wandelden wij als zo vaak door Ons Westerpark toen ons op hoogte van het beveiligingsgebouwtje met een flinke snelheid een motorfiets passeerde. Toevallig zagen wij dat de dienstdoende beveiligingsfunctionaris de motor ook had gezien en wij vroegen hem wat hij daarvan vond. De functionaris verklaarde dat hij dat de motor in overtreding was, dat hij niet veel kon doen omdat hij daar alleen zat en dat het een zaak van handhaving was. ”Hij kan daar 97 euro boete voor krijgen. Van mij mag-ie”, voegde hij er aan toe. Even later liepen wij door Onze Winkelgalerij aan de Van Limburg Stirumstraat en zagen aan het raam van de dierenwinkel een voor ons nieuwe poster hangen met de mededeling dat fietsen op de stoep met 97 euro boete zal worden bestraft. Wij hebben een inspectieronde langs de winkels aan deze straat en de 2e Nassaustraat gehouden en vastgesteld dat alleen Zeeman de poster ook heeft opgehangen. Wij zullen bij Ons Stadsdeel nader navraag doen over deze actie. Het is hard nodig, want gedurende onze ronde hebben wij toch zo al voor 485 euro voorbij zien fietsen. 

”SPREKEN OP HET PLEIN” – EEN RHETORISCH GEVECHT (18 juni 2014) ”De Stem van Van Stirum” verklaart hierbij het initiatief te zullen nemen tot een wedstrijd in welsprekendheid. Wat ons betreft zullen per volgend jaar de sierlijkste, zinnigste en meest geinspireerde toespraken in onderlinge wedijver te stirumklblue horen zijn vanaf het spreekgestoelte op het Van Limburg Stirumplein. Betwijfeld mag worden of bij dit woordfestijn ook plaats zal zijn voor de stijl die bedreven wordt door de anonieme scheldheld ”Buurtcommando West”, die met zijn schuttingspraak de gezichtsboekbladzijde van de ons bevriende Staatskrant mocht bevuilen. Zie hiervoor de toespraak onder de kop: ”Hey Eijkelbijters”. https://www.facebook.com/de.staatskrant?fref=ts

stirumklblue NIEUWE MOGELIJKHEDEN VOOR HET WESTERPARK? (4 juni 2014) Er lijken nieuwe mogelijkheden op te doemen voor het terrein van het Westerpark. Zo is b.v. vandaag gebleken dat de Amsterdamse centrale overheid heeft besloten het Museumplein open te stellen voor vertoningen op scherm van de groepswedstrijden van het Nederlands Elftal. Kan Ons Stadsdeel hier achterblijven? Ook is bekend geworden dat de plannen het ”Schaatshart” van de wereld in Almere te doen kloppen op drijfzand zijn gevest. Wij verwachten van Ons Stadsdeel een krachtig bid in deze.

stirumklblue ”VAN STIRUM TV NIEUWSDIENST” VAN START (19 mei 2014) Sinds de tweede week van mei bestaat de ”Van Stirum TV Nieuwsdienst”, die als oogmerk heeft regelmatig via You Tube korte filmpjes met wetenswaardigheden over de Staatsliedenbuurt en omgeving uit te zenden. Gaat u naar de link ”Van Stirum TV op You Tube” om te zien wat er tot nu in dit kader geplaatst is. 

”DE STEM” TIKT STAATKRANT OP VINGERS ONDANKS ONstirumklblueVOORWAARDELIJKE STEUN (5 mei 2015) Wij meenden enkele opmerkingen te moeten maken naar aanleiding van de laatste editie van de Staatskrant. Deze opmerkingen zijn verzonden naar dit sympathieke blad en zijn hieronder te lezen. Aan: Staatskrant Van: De Stem van Van Stirum ‘’Non Jef, tu n’es pas tout seul…’’ Geachte Heren, Ik nodig u van te voren uit deze brief te zien als een poging tot handreiking, zo u wilt tot troost. ‘’De Stem van Van Stirum’’ heeft namelijk sterk de indruk dat er een zekere verwarring is ingetreden in de gelederen uwer redactie, en wij moeten helaas aannemen dat dit samenhangt met de sombere berichten omtrent wat het Buurtmediafonds genoemd wordt. Uw laatste editie laat het bij een summiere aanduiding van dit verschijnsel, in plaats van een gedegen analyse te geven van wat de gevolgen kunnen zijn voor ons blad (en als betrokken buurtgenoot zeg ik met nadruk, ons blad). Is het tijdsgebrek, is het schrik? Wij hebben de desbetreffende webpagina van Ons Stadsdeel ook eens bekeken en wij zien daar inderdaad staan dat het fonds niet voor instandhouding bedoeld is, maar ook lezen wij dat het er is ter ondersteuning van bestaande initiatieven. Dus wat het is het nu? Ook roept uw artikel de vraag op wie het nou eigenlijk voor het zeggen heeft in deze stad, de ambtenaren of de politici? Een degelijke analyse van b.v. dhr. Ben Hamburger, die goed thuis is in deze materie, zou ik hierover graag zien in uw krant. ‘’Ces gens-la…’’ Ook dhr. Bouwman, die wij doorgaans kennen als een heldere denker en schrijver, lijkt even de weg kwijt. Een artikel over de workshop ‘’Gewoon, in Amsterdam West’’ eindigt hij met een cascade van vragen die niets minder dan wanhoop lijkt uit te drukken. Wij hebben daar overigens begrip voor: ook wij ontvingen dezer dagen een uitnodiging voor een voortzetting van deze workshop, en wie aanschouwt wat voor proza de organisatoren van dit gebeuren op een enkele pagina weten samen te persen kan niet anders dan tot wanhoop gedreven worden. Ook koesteren wij het vermoeden dat van de honorering van de ‘’professionals’’ die zo’n ‘’symposium’’ begeleiden best een paar Staatskranten gefinancierd kunnen worden. Die lui wel dus… Toch ontslaat dit alles de redactie niet van de plicht om de kop van een stuk in overeenstemming te doen zijn met de inhoud ervan: het ‘’communiceren kun je leren’’ boven het stuk van dhr. Bouwman schuiven wij nu maar even terzijde als een verschrijving, maar er staat toch duidelijk in een lettrering die niet over het hoofd te zien is: ‘’Wijkmedia krijgen eigen buurthuis’’! Daar is in het artikel echter niets van terug te zien behalve de vraag ‘’Moet er een mediahuis op stadsdeelniveau komen?’’, wat overigens weer iets anders is dan een buurthuis. Misschien is de uitroep ‘’Wijkmedia krijgen eigen buurthuis’’ een uiting van de wensdroom van de desbetreffende redacteur. Wij hopen het, want ‘’De Stem van Van Stirum’’ koestert de zelfde droom. Reeds jaren geleden poneerden wij het idee van het Denkerscafe, een estaminet waar men niet komt om zich te bezatten of flauwekul uit te kramen, maar waar dankzij een uitgebalanceerd deurbeleid de fine fleur van buurtdenkers regelmatig samenkomt om het lot van de gemeenschap te bespreken en te bepalen, daarbij geholpen door een degelijke en eenvoudige kaart en betaalbare versnaperingen van alcoholische aard. Ons denken over een dergelijke uitspanning heeft zich echter ontwikkeld tot een plaats waar ook gerichte media-activiteiten kunnen plaats vinden, zoals montage- en opnamefaciliteiten voor b.v. een televisieprogramma als Van Stirum TV, vergaderruimte voor b.v. De Staatskrant, evenals het een inloopplek kan zijn voor buurtgenoten die iets via buurtmedia onder de aandacht willen brengen.  Voorlopig staan tussen droom en daad echter niet alleen wetten en bezwaren maar ook geldgebrek in de weg. Maar wie weet wat ‘’de hete zomer van 2014’’ kan brengen… ‘’Ami, remplis mon verre…’’ ‘’Willen wij meer of minder Brel?’’, zo vraagt uw redacteur dhr. Voogdt zich af in zijn bijdrage over Cafe Brel. Ons antwoord is een volmondig ‘’ja’’, maar wij betwijfelen of wij dit kunnen verwachten van genoemd etablissement, aangezien een van de uitbaters er niet voor terugdeinsde ons luidkeels voor te houden dat ‘’hij zo’n hekel heeft’’ aan de grote Vlaamse chansonnier. Een mooie boel! Ons streven om in dit cafe een klavier te doen plaatsen waarop ondergetekende hoofdredacteur zonder enige beperking liederen van Brel ten gehore zou kunnen hebben wij dan ook prompt gestaakt. Ook hebben wij het Biercafe daarmee als kandidaat voor genoemd denkerscafe terzijde moeten schuiven. Maar wellicht hebben wij de uitroep van dhr. Voogdt niet juist uitgelegd, zelfs al is ‘’de vraag stellen ‘m beantwoorden’’. Misschien bedoelde uw scribent ‘’willen wij meer of minder Cafe Brel’’? In dat geval ben ik er zeker van dat dit onovertroffen staaltje van ‘’embedded’’ columnistiek resultaat zal afwerpen; een jaar lang gratis stevig drinken voor uw redactie lijkt mij redelijk, maar hopelijk zal dit niet noodzakelijk zijn om uw verdriet te verdrinken. De Staatskrant zal blijven, ook zonder artikelen die op de onbevangen lezer zouden kunnen overkomen als een interessante variant op het fenomeen‘’product placement’’. Met vriendelijke groet Martijn Suurenbroek Hoofdredacteur ‘’De Stem van Van Stirum’’

WAAROM ”DE STEM” ONTBRAK OP ONGEWOON SYMPOSIUM (5 mei 2015) Het is verlokkelijk te denken dat men geslaagd is in het leven wanneer men wordt uitgenodigd voor een symposium. Dit gevoel overweldigde ons ook toen ons de gelegenheid werd geboden aanwezig te zijn bij het Symposium ”Gewoon, in Amststirumklblueerdam West” dat op 24 april werd gehouden onder auspicien van Ons Stadsdeel. Echter, nadat wij het programma gelezen hadden deinsden wij terug, inziende dat wij hopelijk te kort zouden schieten te om op niveau te verkeren in dit eminente gezelschap. Een korte greep uit hetgeen op deze dag ter sprake is gekomen zal bij Onze Buurtparticipanten hopelijk begrip opwekken voor de omstandigheid dat wij nog veel te leren hebben: – Interactieve geschiedenis  en blik op de toekomst van participatie en netwerken –  Doorontwikkeling van buurtgericht werken en burgerparticipatie –  De meetbaarheid van overheids- en burgerparticipatie –  Dynamiek tussen burgerparticipatie en overheidsparticipatie –  Sociaal domein –  De burger als vrijwilliger, professional en opdrachtgever –  Grote thema’s veranderen in concrete projecten voor morgen –  Verticale en horizontale sturing Dit alles werd omzoomd door ”key-note speakers”, ”workshops” en ”projecthuizen.” De ”inloop met koffie/thee en fris” om 14.30 hadden wij nog wel aangekund, de ”korte pauze met snack” om 17.20 uur zouden wij zeker niet zonder de grootst mogelijke beschaamdheid gehaald hebben, laat staan dat wij tijdens het diner om 18.30 zorgvuldig hadden kunnen netwerken. Vast staat dat wij ons tijdens de ”afsluiting met borrel” (21.00 – 22.00 uur) op schandelijke wijze misdragen zouden hebben, en aldus menen wij er goed aan gedaan te hebben de aanwezigen bij dit symposium niet met onze aanwezigheid lastig te hebben gevallen.

EEN NIEUW JAAR BREL (5 mei 2014)  Ook dit jaar is door ”De Stem van Van Stirum” uitgeroepen als een ”jaar Brel”, dit zonder biografische aanleiding, in de zin van het zoveelste geboortejaar, sterfjaar en wat dies meer zij, maar uit stirumklblueinnerlijke noodzaak van de hoofdredactie. Voor een uitvoering van ”Les Vieux” met vertaling van Ernst van Altena kunt u naar de volgende link gaan: https://www.youtube.com/watch?v=M-nyLvIuHDU

Advertenties